Nieuwe bundel: Hoogste zomer

 

Vanaf 15 juni verkrijgbaar via het internet, vanaf 18 juni in de boekhandel: mijn nieuwe dichtbundel Hoogste zomer.

 

De bundel is op 27 juni in de Island Bookstore te Amsterdam gepresenteerd.

 

Het speciaal voor het omslag gemaakte schilderij is van Jet Nijkamp en heet Kijk!

 

omslag voor internet

 

Dit schreef Mariska Kleinhoonte van Os, mijn redacteur bij De Bezige Bij, over Hoogste zomer:

 

In zijn derde bundel toont Co Woudsma opnieuw zijn sterk visuele talent. Uit de gedichten spreekt een vitaal verlangen om ergens bij te horen, gezien te worden, lief te hebben, aangeraakt te worden, onsterfelijk te zijn. Maar in een onderhuidse stroom trekt alles voorbij en wordt er in de schemer van de verbeelding gezocht naar rust en betekenis. Op een ongewone, eigen manier beklemtoont de dichter het gewone, dat soms ontluisterend is en soms ook werkelijk gewoon.

 

Arie van den Berg besprak de bundel in NRC/Handelsblad: https://nrcwebwinkel.nl/author-review/review/view/id/1174/

 

Hans Puper besprak de bundel op Meander: http://meandermagazine.net/wp/2015/07/onvermengde-schoonheid-daar-aan-de-overkant/

 

Maria Barnas besprak de bundel in de Volkskrant: http://www.volkskrant.nl/recensies/rationalist-krijgt-ervan-langs~a4110579/

 

Erik Lindner besprak de bundel op de website van De Revisor: http://www.revisor.nl/entry/2074/de-molen-draait-de-bunker-staat

 

De bundel bestaat uit twee afdelingen: ‘Stollend leven’ en ‘Waarom niet met jou’. Als eerste kennismaking met de bundel volgen nu achtereenvolgens drie gedichten uit de eerste en drie gedichten uit de tweede afdeling.

 

 

BLOEDKORF

 

De muggen dansen rond de korf,

vol van de rode nectar.

 

Ze zijn teruggekeerd

Uit velden met wiegende dieren

en mensen.

 

In het houten huis

raken de raten van de Babeltoren

gevuld met stollend leven,

 

groeien de zoemende scharen,

de duizenden naalden.

 

 

HOOGSTE ZOMER

 

Elke nacht en elke morgen kraait de haan

en elke middag draait de slijpsteen.

 

Soms hoor je kinderen om genade smeken,

soms hoor je knisperende dieren.

 

De tuin duldt geen bemoeienis,

als je het trapje afdaalt stuit je op de varens

 

en het door een spin gespannen afzetlint,

wasdom heeft het pad verborgen.

 

Nu is het eindelijk augustus,

de hitte doet je borstkas gloeien.

 

De koelte schuilt in supermarkten

en in afstandelijke wezens.

 

 

DORDRECHT

 

Dordrecht, ik heb het zelf gezien,

want ik ben er zelf geweest.

Overal muren en ramen. Mensen lopen door de straten.

 

Er is een kerk, waarin geloof werd scherpgesteld.

En al die huizen! Naar verluidt

trekken jongens zich er af

en staan er meisjes naakt onder de douche.

 

Is het leven daar net zo als elders – vuil dat de lichamen

van mens en dier verlaat, bestaan dat uitgezeten wordt –

 

of treft je het bijzondere,

een gevel als geen andere,

een onverwisselbare wolkencombinatie

of een individu – desnoods gespiegeld in een etalage.

 

 

OVERGANG

 

Als de avondschemer maar bleef duren!

Dan zei de jongen in een spijkerjek

mij onophoudelijk gedag. Nabij een flat.

In struiken hangen plastic bakjes met

een restje mayonaise. Er klinken brommers.

 

Maar het niemandsland tussen de duidelijke dag

en de uitgestorven nacht is al te smal.

Dus grijp ik de schemering, vergeefs,

wrijf het grijze zwart tussen mijn vingers,

probeer die allerfijnste damp te inhaleren.

 

Waarom is dit steeds opnieuw de beste tijd?

Misschien omdat de schemer vol verwachting is

van iets dat rust in huizen als het licht aangaat

of veeleer felbeschenen dansen langs

de nachtelijke oevers van rivieren.

 

 

R

 

Hoe begeerlijk: de mond, de tong

van iemand die de Gooise R uitspreekt,

mits jong, niet beter wetend.

 

Zeg: rabarber. Dit leidt tot

gejaagd ademen, het verlangen naar

een serie strenge uitspraaklessen.

 

Leer het langzaam af, let goed op

hoe ik het doe, proef mijn R,

die ontzagwekkend over je heen rolt.

 

 

LAFENIS

 

Wie zegt dan dat mannentepels

slechts ter versiering zijn?

Aan het eind van het jaar

drinken Porky en Porky,

de broertjes van Porky,

van mijn niet onaanzienlijke borsten.

Ik laat mijn trui aan: mijn leven is

een programma voor het hele gezin.

 

Kijk ze eens drinken, gulzig rustig

(ik wist niet dat ik het in me had).

 

Er zit een rationalist in de kamer

die het pervers vindt, bovendien

zijn de varkentjes van pluche.

Maar zo kun je alles wel ontkennen,

zelfs de onvoorwaardelijke liefde

van kunst en knuffels

en het zachte stromen

van zuiver geestelijke melk.