Publicaties

NIEUWE BUNDEL: HOOGSTE ZOMER


Viewmaster, De Bezige Bij 1997

Viewmaster, De Bezige Bij 1997

‘Woudsma is een veel en goed kijkende, aandachtig observerende dichter met een heel eigen blik. Een overtuigend debuut.’
– Guus Middag, NRC Handelsblad

‘Dat is het bijzondere van deze poëzie, hoe raar ze ook elke keer weer verloopt, maakt ze toch de indruk volkomen authentiek te zijn.’
– Rob Schouten, Vrij Nederland

‘Een compact en volwassen debuut.’
– Peter de Boer, Trouw

Viewmaster is één keer herdrukt en inmiddels, na vele jaren trouwe dienst, uit de handel genomen. Exemplaren zijn à € 5,00 te koop bij de auteur (zolang de bescheiden voorraad strekt).

Drie gedichten uit Viewmaster:

KLEINE WERELD

Alleen maar hier. Hoogspanningslijnen zijn
haast uitgegumd. De vogels zijn vervlogen.
De roodoranje zon hangt laag te drogen.
Gemengd met mist doen dingen minder pijn.

Bij elke stap ontstaat een stukje sloot.
De koude doet de wateren kalmeren
en Marokkaanse meisjes bestuderen
het verse ijs. De vissen willen brood.

De wereld volgt de wandelaar en rust
als hij verdwaald raakt in de witte nacht
en in de stilte niet meer weet welk land

hem nu omgeeft en welke vreemde kust
daar kraakt. Maar achter zwevend schijnsel wacht
de poort van het Chinese restaurant.

MADURODAM

Nu ben ik groot genoeg,
de straat ligt aan mijn voet.

Beloop hier de essentie van het land:
een gracht met pand,
een koe met waterkant.

Alles houdt zijn maat:
het regiment, de dirigent,
de torenklok die steeds maar slaat.

De optocht maakt een zacht kabaal,
men fluistert Nederlandse taal,
ook Surinamers zijn op schaal.

Wij reuzen doen geen kwaad,
omhelzen kerken,
doven nog een waakvlambrand
en nemen afscheid van dit goede dal.

Het leven is er niet te groot,
de mensen gaan er heel klein dood.

THUIS

Het huis is ons vreemd na de kortste vakantie,
veel vreemder dan verre hotels of paleizen.
Het glansloze vloerzeil negeert onze voetstap,
een stapel van krantenpapier ligt op tafel.
De zeep is verdroogd en gebarsten, en went maar
met weerzin aan onze voorzichtige handen.
De kamers, de trappen vergaten volkomen
ons dagelijks leven, dat nu weer bezit neemt
van stoelen en banken. Steeds sterker verstoren
wij gasten het rustige leven der dingen:
de klok, die haar tijd had gevonden, moet doorgaan
en draaien, weer stroomt het geduldige water
door buizen, zojuist nog verzadigd van stilte.
Wij zetten de eigen TV aan en kijken,
en houden ons aarzelend voor dat wij thuis zijn.

 


Filosofie voor de zwijnen. Over het geluk van dier en mens, Veen Magazines 2004, samen met filosoof Klaas Rozemond en tekenaar Jet Nijkamp

Filosofie voor de zwijnen. Over het geluk van dier en mens, Veen Magazines 2004, samen met filosoof Klaas Rozemond en tekenaar Jet Nijkamp

De filosofische tekst van Klaas Rozemond is geïllustreerd met tekeningen van Jet Nijkamp en gedichten van mij. Het boek werd genomineerd voor de Socrates Wisselbeker en is drie keer herdrukt. Het is sinds kort uit de handel genomen. Exemplaren zijn à € 15,00 te koop bij de auteur(s) (zolang de bescheiden voorraad strekt).

Drie gedichten uit Filosofie voor de zwijnen:

HERVLEZING

Een leven geleden bezat ik een kinderlijk
lichaam, het ging als vanzelf langs de heggen
en verbleef heel de dag tussen tegels en wolken,
ik herinner me hoe ik genoemd werd en hoe ik
achter een deur zonder grendels in slaap viel.

Hoe ben ik in dit vreemde vlees ontwaakt,
in verouderde delen, benauwende leden?
En wat zal ik worden? Zal ik zielig zwerven
naar latere lijven, voor altijd gescheiden
van hemelse stegen? Of word ik geboren?

MEDITATIES

Er denkt. Er wikt, er mikt op ik,
niks geeft een kik. Rose machine
tikt, van ikke-ikke? Maar geen ikje
wordt verklikt. Waar is het puntje
van de i van ik? Buiten de binnenblik.

Er ronkt en knort. Er moddert zon,
een trage trog. Er zoemt wat stil,
het erf verlaat het zoet vervoer,
mest ruikt. Heel klein een allerlaatste
pijn – te zwijn of niet te zwijn.

UTOPIE

Eindelijk het wijze zwijn te zijn,
dat, rustend in de glanzendzwarte
modder (met de blik op ’t blauw),
dan weer kalm wroetend, samen
met zijn broeders, zusters, peinst…

Waarom toch rose? En vanwaar die krul?
Is er na de slager een bestaan? Vriend,
knor mij eens uw hartelijke mening!
Zo, vol trage biggenwijsheid,
zal onze tijd gelukkig zijn vergaan.

 


Geluksinstructies, De Bezige Bij 2005

Geluksinstructies, De Bezige Bij 2005

‘Zo gaan voor wie er oog voor heeft, psychologische diepten onder deze gedichten schuil waar je dichters niet vaak vrijwillig in ziet afdalen. De schijn is die van jongetjes en meisjes, beesten, buren en rustieke huizen, maar daaronder voel je de aardwortels, de skeletten en de vuilnisbelten.’
– Rob Schouten, Vrij Nederland

‘Een vlakte gaat opeens bergop, voorwaarts wordt rugwaarts en een boom ziet zijn eeuwige surplace in vliegen omslaan. (…) Vanwege dergelijke omkeringen is deze tweede bundel van Woudsma zeker zo knap en lezenswaard als zijn eerste.’
– Peter de Boer, Trouw

‘Die nuchtere zwartgalligheid en het kinderlijk verbaasde blikveld maken Woudsma’s poëzie zo onvervreemdbaar eigen als ze is.’
– Arie van den Berg, NRC Handelsblad

‘Woudsma is de ideale dichter voor melancholiek-romantische lezers. Het rijt nooit met groot misbaar zijn dichtader voor je open, maar hij stilt je stille verdriet, omdat hij er weet van heeft.’
– Adriaan Jaeggi, Het Parool

Geluksinstructies is nog steeds in de handel en sinds kort ook als e-book verkrijgbaar.

Drie gedichten uit Geluksinstructies:

MIDAS

Nu ik, vriendjes, jullie heb geproefd,
voorgoed geproefd, vind ik de wereld
groot en boos. Het bos is stil:
geen biggenlied, geen fluit en geen viool,
de vallen uitgeklapt, het stenen huisje leeg.

Nog een keer klonk gezang:
drie jongelingen in de ketel
gekneveld. De redding die niet kwam.
Toen zweeg het vlees.

Iets geurends, iets verbrands.

Waar is mijn wolfje heen gegaan, vol haat?
De botten liggen op de grond.
De grutjes rusten in de kast.

GELUKSINSTRUCTIES

Lees dit gedicht.
Bereid je voor:
bereid Saroma met bananensmaak,
kweek rozengeur,
koop een aureool met missen van Josquin,
bouw het Potemkindorp Gezicht op Delft,
ontbloot je tepels.

Eet, snuif, luister, kijk en wrijf en tegelijk!
Je zinnen stromen vol,
vol met het judomeisje aller tijden,
in wit katoen verpakt,
een feestelijk zwart strikje om haar middel.
Vraag of jij haar open maken mag,
vraag of zij je vragen wil of jij met haar wilt trouwen.

LATE TREIN

Ik slurp de slaap, iets van het zachte zwart,
de leden dichtgeklikt. Verkwikkend niets!
Volg de gedachtengang die doodloopt in
dat wat de tijd verkort. Wakker maar weer.

Ook buiten is het nacht, in stallingen
brandt nog veel licht: een droom met fietsen. Maar
de ware slaap is het stomdonker van
de polders (als daar al een landschap is).

Te slapen met het kunstlicht van de droom
gedoofd: dat is het duister paradijs.
Graag word ik uitgeschakeld! Waarom dan
is nooit meer te ontwaken onze angst?


Het aardse leven. Een filosofische handleiding, Veen Magazines 2009, samen met filosoof Klaas Rozemond en tekenaar Jet Nijkamp

Het aardse leven. Een filosofische handleiding, Veen Magazines 2009, samen met filosoof Klaas Rozemond en tekenaar Jet Nijkamp

De filosofische tekst van Klaas Rozemond is geïllustreerd met tekeningen van Jet Nijkamp en gedichten van mij.

Het aardse leven is uitverkocht. Het is nog niet bekend of er een herdruk komt.

Drie gedichten uit Het aardse leven:

BIOSFEER

Thuis leeft het. Kalme slakken
signeren elke avond de mat.
De vriendelijke pissebed drentelt
over het tapijt. In de gootsteen
bloeit een klein groen plantje.

Leven gaat zijn gang. Op de witte muur
slingert een rode duizendpoot.
In elke hoek een spin. Langs de plint
flitst ’s nachts een muis. Er woont hier
zelfs een mens – die af en toe wat plet.

ONGEPLAND

Wij zijn van toevallig vlees.

Miljarden jaren kneedden het onlogisch lijf
van het dier dat weet dat het een dier is.

Had de rede ons ontworpen,
konden we misschien uit negen vormen
kiezen om ons leven in te huizen:

Plato’s vijf gesloten lijven,
daarbij van Kepler en Poinsot
de vier kinderlijke sterren,
krachtig naar alle kanten stralend.

Dan waren wij volmaakt veelzijdig,
onbreekbaar door de ruimte zwevend,
zonder haren, zonder tranen,

en niet wanstaltig willekeurig,
gevuld met zwaarte en met sappen.

Wij stakerige apen!

AANZOEK

Schitterend onbelangrijk is het leven,
een schilderij dat niets voorstelt.

Beschimmeld bolletje
in een enorm heelal!

Wieren, sponzen,
varkens, mensen.

Hoe niets een zesmiljardste van de mensheid,
twee zesmiljardste.

En hoe oneeuwig een eeuw,
een heel dun laagje rots.

Dus waarom niet met mij
een cola drinken?

Dus waarom niet met jou
achter een struik en voor de wet getrouwd?